Zang opnemen thuis: welke microfoon in een kamer zonder akoestiek
Dynamische of condensatormicrofoon voor zang in een onbehandelde kamer: richtwerking, gain, fantoomvoeding, plaatsing en popfilter in gewone taal.

Een kale slaapkamer is voor een microfoon een lastige plek. Je stem gaat niet alleen recht de capsule in, maar ook naar de muren, het plafond, het raam en het bureaublad, en komt een paar milliseconden later terug. Die weerkaatsingen geven een holle, wat dozige klank die je achteraf niet meer weghaalt. Galm toevoegen in de mix kan altijd, galm verwijderen bijna niet.
Welke microfoon je kiest, bepaalt hoeveel van die kamer je opneemt. De keuze tussen een dynamische microfoon en een condensator is daarbij belangrijker dan het merk.
Dynamisch of condensator
Dynamische microfoons: minder kamer, meer stem
De Shure SM58 LC en de Shure SM58S zijn dezelfde dynamische zangmicrofoon; de S-versie heeft een aan-uitschakelaar. Volgens de fabrikant pikken ze vooral geluid van voren op (cardioïde) en loopt hun bereik van 50 tot 15.000 Hz, met een afzwakking in het laag. In de korf zit een wind- en popfilter. Fantoomvoeding hebben ze niet nodig.
Een dynamische microfoon is weinig gevoelig. Wat dichtbij is, zoals je mond op vijf centimeter, komt sterk binnen; wat verder weg is, zoals de weerkaatsing van een muur op twee meter, veel zwakker. In een onbehandelde kamer is dat een groot voordeel. Kopers van de SM58S schrijven ook dat hij weinig hanteringsgeluid oppikt, wat telt als je de microfoon in de hand houdt.
De keerzijde: het hoog stopt eerder en de klank is minder open dan bij een condensator. Voor rock, rap en luide popzang is dat zelden een probleem. Voor zachte, intieme zang mis je soms adem en detail.
Condensatormicrofoons: meer detail, meer kamer
De Rode NT1-A Complete Vocal Recording en de the t.bone SC 400 zijn grootmembraanmicrofoons met een membraan van 1 inch. De NT1-A heeft volgens de specificaties een bereik van 20 tot 20.000 Hz, de SC 400 van 50 tot 20.000 Hz. Beide vragen 48V fantoomvoeding.
Een condensator hoort meer: de lucht in je stem, de medeklinkers, maar ook de koelkast in de keuken en de weerkaatsing van de kast achter je. In de beoordelingen van de NT1-A lees je dat het hoog duidelijk aanwezig is, wat bij moderne pop goed werkt maar scherpe sissende klanken kan versterken. Bij de SC 400 melden kopers dat de ruis meevalt zolang je de gain goed instelt, en dat ze de kamer beperkten door dicht op het popfilter te zingen.
Cardioïde of supercardioïde
De SM58, SM58S en NT1-A zijn cardioïde: gevoelig aan de voorkant, ongevoelig recht achter. De SC 400 is supercardioïde: smaller aan de voorkant, dus minder geluid van de zijkanten, maar met een kleine gevoelige zone recht achter de capsule. Bij die microfoon wil je dus niet met je rug naar een harde muur staan en de microfoon naar je toe richten, want dan hoort hij de muur achter zich. Een zachte achtergrond, zoals een kast vol kleding, werkt beter.
Gain: hoeveel versterking je nodig hebt
De gevoeligheid van een microfoon zegt hoeveel signaal hij afgeeft. De SM58 staat volgens de fabrikant op min 56 dBV/Pa, de SC 400 op min 29 dBV/Pa. Dat is een verschil van 27 dB: de dynamische microfoon levert veel minder signaal en je voorversterker moet die 27 dB extra leveren. Bij een zachte stem en een dynamische microfoon draai je de gainknop daardoor ver open.
Daar komt de interface in beeld. Bij de Focusrite Scarlett Solo 3rd Gen melden kopers een lage ruisvloer, ook als ze een zachte opname achteraf flink ophalen. Bij de Behringer UMC404HD lees je over een ruim gainbereik met weinig ruis, en de vier ingangen hebben een pad-schakelaar voor luide bronnen. Met allebei kom je met een SM58 uit, mits je dicht op de microfoon zingt.
Stel de gain in op het luidste stuk van het nummer, niet op het couplet. Laat de pieken rond min 10 dB op de meter in je DAW uitkomen. Er blijft dan ruimte over voor een uithaal, en de ruis op 24 bit blijft ver onder je stem.
Fantoomvoeding
De Scarlett Solo levert +48V op zijn ene microfooningang. De UMC404HD heeft schakelbare fantoomvoeding voor de vier kanalen. Dat is genoeg voor de NT1-A en de SC 400.
Een dynamische microfoon heeft geen fantoomvoeding nodig, en normaal kan die hem ook geen kwaad. Toch is er een detail bij de SM58S: een koper beschrijft dat de schakelaar een hoorbare tik kan geven als de fantoomvoeding aanstaat, en raadt aan de 48V voor dat kanaal uit te zetten. Zet ook de gain en je monitors zacht voordat je fantoomvoeding aan of uit schakelt, om een knal in je oren te voorkomen.
Plaatsing in een onbehandelde kamer
Afstand
Hoe dichter je bij de microfoon staat, hoe groter het aandeel van je stem ten opzichte van de kamer. Met een condensator zijn vijftien tot twintig centimeter een goed begin. Met een SM58 mag je dichterbij, tot een paar centimeter.
Let op het nabijheidseffect: bij cardioïde microfoons neemt het laag toe naarmate je dichterbij komt. Dat kan een dunne stem voller maken, maar ook een rommelige onderkant geven. De SC 400 heeft een schakelbaar low-cut-filter op 100 Hz; bij de andere microfoons zet je een hoogdoorlaatfilter in je DAW.
Waar in de kamer
Ga niet midden in de kamer staan en ook niet vlak voor een kale muur. Een plek waar achter de microfoon de open kamer ligt en achter jou iets zachts, zoals een kast met kleding, een bed of een dik gordijn, vangt al veel weerkaatsingen op. Een dekbed over twee microfoonstatieven achter je rug werkt ook. Zet de microfoon niet boven een glazen bureaublad.
Popfilter en shockmount
Plofklanken zoals de p en de b geven een luchtstoot die in de opname als een doffe dreun binnenkomt. De SM58 en SM58S hebben het popfilter in de korf. In de set van de NT1-A zit een shockmount waar een stoffen plopkap aan vastzit; daarnaast krijg je een stofhoes en een lange XLR-kabel (6 m). Een paar kopers melden wel dat de bevestiging van die plopkap na een tijd afbrak. Bij de SC 400 zitten een shockmount en een tas, maar geen popfilter: reken dat erbij.
De vier microfoons naast elkaar
| Model | Type | Richtwerking | Frequentiebereik | Fantoomvoeding | Meegeleverd |
|---|---|---|---|---|---|
| Shure SM58 LC | dynamisch | cardioïde | 50 tot 15.000 Hz | niet nodig | klem, tas |
| Shure SM58S | dynamisch, met schakelaar | cardioïde | 50 tot 15.000 Hz | niet nodig | klem, tas |
| Rode NT1-A Complete Vocal Recording | condensator, 1 inch | cardioïde | 20 tot 20.000 Hz | 48V | shockmount met plopkap, kabel 6 m, hoes |
| the t.bone SC 400 | condensator, 1 inch | supercardioïde | 50 tot 20.000 Hz | 48V | shockmount, tas |
Welke combinatie bij welke stem
Luide zang, rap, een kamer met veel galm. Een SM58 of SM58S op een Scarlett Solo. Weinig kamer in de opname, geen fantoomvoeding nodig, en de microfoon gaat ook mee naar de oefenruimte.
Zachte zang, akoestisch werk. De NT1-A op de Scarlett Solo of UMC404HD. Meer adem en detail, maar besteed tijd aan de plek in de kamer en zing op een vaste afstand van het popfilter.
Beperkt budget, toch een condensator. De SC 400 met een los popfilter, op de UMC404HD. Met de low-cut op 100 Hz en een zachte achterwand haal je een bruikbare zangopname uit een gewone kamer.
Twee zangers tegelijk. De UMC404HD, zodat elke stem een eigen ingang en een eigen spoor krijgt.
Neem voor je eerste echte take een paar korte stukjes op op verschillende plekken in de kamer en luister ze terug op een gesloten koptelefoon. Het verschil tussen een goede en een slechte plek is vaak groter dan het verschil tussen twee microfoons.
De apparaten uit deze handleiding
-
Shure SM58 LC Microfoons -
Shure SM58S Microfoons -
Rode NT1-A Complete Vocal Recording Microfoons -
the t.bone SC 400 Microfoons -
Focusrite Scarlett Solo 3rd Gen Audio-interfaces -
Behringer UMC404HD Audio-interfaces
Geschreven door Thijmen Kooiman, volgens deze werkwijze.
Online gezet op .