Mixen op koptelefoon of op monitors in een kleine kamer
Koptelefoon of studiomonitors in een kleine kamer: waar de bas misgaat, wat impedantie betekent en hoe je beide combineert voor een mix die overal klinkt.

De meeste thuisproducers mixen op een slaapkamer of zolder van tien tot vijftien vierkante meter. Twee evenwijdige muren, een plafond op tweeënhalve meter, een bureau tegen de wand: in zo’n ruimte kaatsen lage tonen heen en weer en stapelen ze zich op vaste plekken op. Op je stoel klinkt de bas te dik, een halve meter verderop valt hij weg. Je beoordeelt dan niet je mix, maar de kamer.
Een koptelefoon haalt de kamer uit de vergelijking. Monitors laten juist horen hoe muziek zich in lucht gedraagt, wat dichter ligt bij hoe anderen je nummer straks afspelen. Elk van de twee heeft een blinde vlek. Daarom werk ik met allebei, en dat raad ik mijn studenten op het mbo ook aan.
Wat een koptelefoon je wel en niet vertelt
Op een koptelefoon hoor je kleine dingen die op speakers in een kale kamer verdwijnen: een klik aan het begin van een sample, ruis in een stille passage, een galmstaart die te abrupt stopt. Dat is winst.
Het stereobeeld is wel anders. Elk oor hoort maar één kanaal, terwijl bij speakers beide oren beide kanalen horen. Panning klinkt daardoor breder dan hij is, en galm lijkt minder aanwezig. Wie alleen op een koptelefoon mixt, zet effecten vaak te luid. Ook de bas is lastig: je hoort hem, maar je voelt hem niet, en dat maakt het inschatten van de kick ten opzichte van de baslijn moeilijker.
Gesloten of halfopen
De Superlux HD-681 en de AKG K-240 Studio zijn volgens de fabrikanten halfopen. Er lekt geluid naar buiten en naar binnen, wat een wat ruimer beeld geeft en minder druk op je oren bij lange sessies. De beyerdynamic DT-770 Pro 80 Ohm en de DT-770 Pro 250 Ohm zijn gesloten. Die houden het geluid binnen, en dat telt zodra je ook opneemt: met een halfopen model loopt de klik of de backing track zo je microfoon in. Kopers van de DT-770 noemen de afscherming van omgevingsgeluid vaak als hoofdreden voor hun keuze.
Impedantie en de versterker die hem moet aansturen
Impedantie zegt hoeveel spanning een koptelefoon nodig heeft om luid te spelen. Een lage waarde, zoals de 32 ohm van de HD-681, werkt op bijna alles, ook op een laptop. De K-240 Studio zit op 55 ohm en de lichtste DT-770 op 80 ohm: in de beoordelingen lees je dat die laatste ook op een telefoon of gewone laptop voldoende volume geeft.
De variant van 250 ohm is een ander verhaal. Meerdere kopers melden dat de koptelefoonuitgang van een eenvoudige audio-interface te weinig vermogen levert om hem op een flink volume te krijgen. Heb je een losse koptelefoonversterker of een interface met een sterke uitgang, dan is dat geen bezwaar. Gebruik je de koptelefoonuitgang van een budgetinterface, kies dan eerder 80 ohm.
| Model | Bouw | Impedantie | Frequentiebereik | Gewicht met kabel | Kabel |
|---|---|---|---|---|---|
| Superlux HD-681 | halfopen | 32 ohm | 10 tot 30.000 Hz | 278 g | 2,5 m, vast |
| AKG K-240 Studio | halfopen | 55 ohm | 15 tot 25.000 Hz | 284 g | 3 m, afneembaar (mini-XLR) |
| beyerdynamic DT-770 Pro 80 Ohm | gesloten | 80 ohm | 5 tot 35.000 Hz | 346 g | 3 m, recht |
| beyerdynamic DT-770 Pro 250 Ohm | gesloten | 250 ohm | 5 tot 35.000 Hz | 375 g | 3 m, spiraal |
Een breed frequentiebereik op papier zegt weinig over de balans. Bij de K-240 lees je in meerdere beoordelingen dat het laag niet heel diep gaat en dat hij daardoor weinig flatteert, wat sommige kopers juist prettig vinden om stemmen en akoestische instrumenten te beoordelen.
Comfort na drie uur
Gewicht en klemkracht bepalen of je een avond doorwerkt. De HD-681 is de lichtste van de vier, maar kopers klagen vaker over de oorkussens en vervangen die door dikkere exemplaren. De K-240 heeft een afneembare kabel: breekt die, dan hoef je niet de hele koptelefoon weg te gooien. De spiraalkabel van de DT-770 Pro 250 Ohm blijft netjes opgerold op je bureau, maar trekt bij uitrekken wel aan je hoofd.
Monitors in een kleine kamer
Woofermaat en de laagste toon
Volgens de gepubliceerde specificaties gaat de Yamaha HS 5 met een woofer van 5 inch tot 54 Hz omlaag. De Presonus Eris E5 heeft een woofer van 5,25 inch en gaat tot 53 Hz. De Yamaha HS 7 haalt met 6,5 inch 43 Hz en de ADAM Audio T7V met 7 inch 39 Hz.
Meer laag klinkt aantrekkelijk, maar in een kleine kamer is het een tweesnijdend zwaard. Juist tussen 40 en 120 Hz zitten de staande golven van een kamer van drie bij vier meter. Een grotere woofer zet die harder aan het werk. Een koper van de HS 7 schrijft dat je in een ruimte onder ongeveer dertig vierkante meter beter bij dat formaat blijft dan groter te gaan. Voor een kamer van tien vierkante meter is een 5-inch box vaak de rustigste keuze, en het diepste laag controleer je dan op de koptelefoon.
Basreflex en de afstand tot de muur
Alle vier gebruiken een basreflexsysteem. Bij de T7V zit de opening volgens de fabrikant achterop, en dan maakt de afstand tot de muur veel uit: kopers waarschuwen dat de box dicht tegen de wand duidelijk te veel laag geeft. Twintig tot dertig centimeter ruimte is een redelijk vertrekpunt.
Wie geen ruimte heeft, kan corrigeren met de regelaars achterop. De Eris E5 heeft een Acoustic Space-schakelaar van min 2 of min 4 dB voor plaatsing bij een muur, plus een hoogdoorlaatfilter op 80 of 100 Hz. De HS 5 en HS 7 hebben een Room Control voor het laag en een High Trim voor het hoog. Bij de T7V kun je hoog en laag eveneens terugdraaien. Begin met de schakelaar op de stand die bij je opstelling hoort en luister daarna naar een nummer dat je goed kent.
Opstelling: een driehoek op oorhoogte
Zet de twee boxen en je hoofd in een gelijkzijdige driehoek, tweeters op oorhoogte en licht naar binnen gedraaid. Houd de opstelling symmetrisch: één box naast een kast en de andere naast een raam geeft links en rechts een ander laag. Vermijd de hoeken van de kamer, en zet de boxen niet plat op het bureaublad, want het blad kaatst geluid naar je oren en het hout resoneert mee. Standaards of schuimblokken die de tweeter iets omhoog kantelen helpen al.
Aansluiten zonder brom
De HS 5 en HS 7 hebben symmetrische XLR- en jackingangen, de Eris E5 heeft XLR, TRS en tulp, de T7V XLR en tulp. Gebruik waar het kan een symmetrische verbinding vanaf je interface. Bij de Eris E5 melden kopers ruis en bijgeluiden zodra ze de ongebalanceerde uitgangen van hun geluidskaart gebruikten. Let bij het vergelijken ook op de levering: de Eris E5 komt als paar, de Yamaha’s en de T7V worden per stuk aangeboden.
Een werkwijze die met allebei werkt
Ik raad een vaste volgorde aan.
- Bouw de balans op de monitors, op een volume waarbij je nog normaal kunt praten. Hoe zachter, hoe minder de kamer meedoet.
- Zet de koptelefoon op voor de details: klikken, ruis, de staart van galm en delay, de stereoplaatsing van kleine elementen.
- Controleer het laag op beide. Klopt de kick op de koptelefoon en verdwijnt hij op de monitors, dan zit je waarschijnlijk in een dal van de kamer. Schuif je stoel een stukje naar voren of achteren en luister opnieuw.
- Vergelijk met twee of drie referentienummers in dezelfde stijl, op hetzelfde volume als je eigen mix.
- Neem elk uur pauze. Oren raken gewend aan een klankbeeld, en na een pauze hoor je wat je eerder miste.
Welke combinatie bij welke kamer
Kleine kamer, bureau tegen de muur. Een HS 5 of Eris E5, met de correctieschakelaars op de muurstand. Als koptelefoon de DT-770 Pro 80 Ohm, die op vrijwel elke interface luid genoeg speelt en ook bruikbaar is als je zang opneemt.
Iets meer ruimte, boxen vrij van de muur. De HS 7 of de T7V. Hier past ook de DT-770 Pro 250 Ohm, mits je een koptelefoonuitgang met genoeg vermogen hebt, of de K-240 Studio als je liever halfopen werkt.
Vooral ‘s avonds, dunne muren. Dan is de koptelefoon je hoofdgereedschap. De HD-681 is de instap, met de kanttekening over de oorkussens. Leg de monitors in dat geval niet weg: een korte controle overdag op laag volume vangt fouten die geen enkele koptelefoon laat horen.
Wat je ook kiest: leer je systeem kennen. Luister veel naar muziek die je goed kent op precies die boxen en die koptelefoon. Na een paar weken weet je hoe een goede mix daarop klinkt, en dat is meer waard dan een paar hertz extra in het laag.
De apparaten uit deze handleiding
-
Superlux HD-681 Studiokoptelefoons -
AKG K-240 Studio Studiokoptelefoons -
beyerdynamic DT-770 Pro 80 Ohm Studiokoptelefoons -
beyerdynamic DT-770 Pro 250 Ohm Studiokoptelefoons -
Yamaha HS 5 Studiomonitors -
Presonus Eris E5 Studiomonitors -
Yamaha HS 7 Studiomonitors -
ADAM Audio T7V Studiomonitors
Geschreven door Thijmen Kooiman, volgens deze werkwijze.
Online gezet op .